OM eist 22 jaar celstraf voor brandstichting woning Paulus Potterstraat

Uitslaande woningbrand Paulus Potterstraat (5)Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vandaag 22 jaar celstraf geëist tegen de 33-jarige man die er wordt van verdacht op 7 januari brand te hebben gesticht in een woning aan de Paulus Potterstraat. Als gevolg van de brand viel één dodelijk slachtoffer en raakten meerdere personen, waaronder ook hulpverleners, gewond.

In het onderzoek dat hierop volgde, kwam de man in beeld als verdachte. Hij verklaarde benzine te hebben gekocht om zelfmoord te plegen. Naar eigen zeggen had hij die avond benzine gemorst uit een jerrycan die door onbekende oorzaak tot ontbranding zou zijn gekomen.

Onderzoek
Daarom is in het onderzoek gekeken naar het brandbeeld en de technische installatie in het hele huis om te zien of zijn verklaring klopte. Zowel een externe branddeskundige als een branddeskundige van het NFI, de Dekra en een forensische team van de politie deden onderzoek. Er werden valproeven met een jerrycan en verdampingstesten uitgevoerd.

Jerrycan
Het OM kwam tot de conclusie dat de verklaring van de verdachte haaks staat op de bevindingen uit deze onderzoeken en op de verklaring van de 5-jarige dochter die in de woning aanwezig was. De technische installatie in het huis was in orde en er was geen aanwijzing dat er kortsluiting is opgetreden. Uit de jerrycan die was omgevallen en weer rechtgezet door de verdachte, was meer dan vier liter ‘verdwenen’. De brand die is ontstaan op de overloop heeft zich zeer snel kunnen verspreiden. Met die wetenschap redeneert het OM dat het niet anders kan dan dat de brand is ontstaan door het aansteken van motorbenzine op de overloop van de woning voor de deuren van de slaapkamers.

Voorbedachte raad
Daarom komt de officier van justitie tot het strafbare verwijt brandstichting met onder meer een dodelijk slachtoffer, moord op zijn moeder en drie maal poging moord op zijn stiefvader en kinderen. Er was sprake van voorbedachte raad, betoogt de officier van justitie, want de verdachte heeft bij elke stap in zijn handelen telkens tijd gehad om na te denken tot welk gevolg zijn handelen zou kunnen leiden. Voor en na de brandstichting heeft hij er alles aan gedaan om zijn omgeving te overtuigen dat het een noodlottig ongeval is geweest met een externe oorzaak als brandontsteker.

De verdachte was weliswaar depressief maar ondanks dat moet hij volgens deskundigen volledig toerekeningsvatbaar worden gehouden. De officier van justitie nam het de man bovendien kwalijk dat hij met zijn ontkennende houding de slachtoffers in het ongewisse laat over zijn motieven, waardoor de verwerking van het gebeuren extra zwaar valt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *